1972. Na de gijzeling van Israëlische atleten tijdens de Olympische Spelen in München, die op een bloedbad was uitgedraaid, geeft de regering aan de rijkswacht opdracht om een eenheid op te richten "die aan dit soort situaties het hoofd kan bieden". Binnen het Mobiel Legioen wordt de Brigade Diane (genoemd naar de godin van de jacht) uitgebouwd.
1974. De Brigade Diane wordt in "Speciaal Interventie Eskadron" omgedoopt.
1976. Gelet op het grote aantal ontvoeringen ontstaat de behoefte aan een observatie-eenheid. Deze wordt opgericht binnen het SIE en krijgt in 1980 een officieel karakter.
1985. De vraag is zo groot dat het SIE niet meer alle taken aan- kan. Daarom worden er in Brussel, Gent, Antwerpen, Charleroi en Luik gedecentraliseerde eenheden opgericht, de pelotons POSA (peloton Protectie, Observatie, Steun en Arrestatie). Elke POSA dekt twee provincies, behalve in de toen nog eengemaakte provincie Brabant die van Brussel afhangt.
1992. Het Disaster Victim Identification Team (DVI) en de POSA Brussel worden bij het Speciaal Interventie Eskadron gevoegd.
1993. Oprichting van een infiltratie-eenheid die van het Centraal Bureau der Opsporingen wordt overgenomen.
1995. Elke POSA hangt functioneel van het SIE af, ook al blijft er een lokale administratieve overste. Rekrutering, selectie en opleiding verlopen vanaf dat ogenblik gemeenschappelijk.